|
Geschreven door Ton Sijm na veel informatie van whiplashpatient te heben gehoord en gelezen, prive en via de mail. En indrukken als vrijwilliger. Help de dokter verzuipt samen met de patiënt Het posttraumatisch whiplash syndroom schreeuwt om een multidisciplinaire behandeling. Het is uitermate triest dat patiënten soms maanden tot jaren medisch shoppen alvorens bij een gerichte aanpak terecht te komen. Een aanpak die er op is gericht om de vier groepen klachten waar de patiënt mee te maken kan krijgen adequaat te begeleiden/behandelen. Eigen ervaring en de tijd en indrukken welke ik opdeed toen ik mij had verbonden als vrijwilliger bij de Whiplash Stichting Nederland en het Whiplash Instituut Nederland hebben die stelling bij mij alleen maar bevestigd. Whiplash kent vier klachtengroepen: Pijnklachten Hoofd-, nek- en rugpijn. Uitstralende pijn naar ledematen Cognitieve Vergeetachtigheid, aandacht- en concentratiestoornissen Vegetatieve Wisselende bloeddruk, hartritmestoornissen, duizeligheid, etc. Psychische Angstgevoelens, depressiviteit, etc. Van de vier groepen zijn een aantal klachten genoemd. Er is een enorme lijst klachten bekend. Ze allemaal noemen heeft geen waarde. Wat wel waarde heeft, wanneer artsen/therapeuten van meet af aan herkennen en erkennen dat benadering vanuit één vakgebied niet voldoende is om het posttraumatisch whiplash syndroom te behandelen/begeleiden. De praktijk is echter voor de chronische whiplashpatiënt(m.i. na drie maanden, wanneer er sprake is van een behoorlijk klachtenpatroon) heel wreed. Veel artsen/behandelaars stellen zich op als de “redder”. Zowel in advies als begeleiding/behandeling. Net zo lang tot de behandelaar en zijn/haar patiënt in het klachtenpatroon verzuipt. Veel patiënten raken door dit fenomeen aan het medisch shoppen. Worden vaak opnieuw geconfronteerd met de “redder” en eenzijdige of verkeerde aanpak. Vervolgens raken velen “medisch burn out” of depressief. De vele mensen welke ik na een whiplash de loop der jaren heb gesproken en tips heb mogen geven en en tot de chronische groep behoorden, hadden vaak één ding gemeen:”ze zijn te lang verkeerd bezig gehouden”. Ik zelf ben ook door verkeerde adviezen en behandeling letterlijk en figuurlijk “gekraakt”. Ik zal een aantal disciplines noemen waar mensen eenzijdig mee te maken hebben gehad alvorens met een gerichte aanpak in een multidisciplinair team terecht te komen: Te beginnen met een bezoek aan de huisarts uiteraard. Die verwijst naar:fysio, neuroloog, radioloog, psycholoog, haptonoom, orthopeed, KNO arts, kaakchirurg, natuurgenezer, manueel therapeut, acupuncturist, psychiater, zorgcoördinator, maatschappelijk werk, ergotherapeut, neuro-psycholoog, pijnpoli, chiropractor, slaap- en waakcentrum, triggerpoints behandeling, etc, etc. De patiënt krijgt allerlei onderzoeken en bevindingen. Een diagnose is moeilijk te stellen, want whiplash is een niet objectiveerbare aandoening. Een goede anamnese(verhaal van de patiënt) kan er voor zorg dragen dat het klachtenpatroon passend bij het posttraumatisch whiplashsyndroom in beeld wordt gebracht. Daar hoort ook uitsluitingdiagnostiek bij. Of wel, welke klachten behoren bij een objectiveerbare aandoening. Een goede anamnese is door tijdsdruk in de zorg vaak te laat in whiplashland. Dan is er al veel leed geschied. Artsen/behandelaars houden ook tekort rekening met het feit dat na een whiplash vaak geheugen- en concentratiestoornissen optreden. Een whiplashpatiënt is hierdoor niet in staat vanuit zichzelf het juiste verhaal rond het klachtenpatroon te vertellen. Dat vereist een ander vraagstelling door arts/behandelaar. Het gaat te vaak over de patiënt vanuit de arts/behandelaar, maar te weinig samenspraak met de patiënt. Wat men b.v. wel hoort is de taal van een wereld die men niet kent. Sensibiliteitsveranderingen, cervicale musculatuur aan het occiput is drukgevoelig, EEG, ECG, EMG, geïsoleerde discopathie, septumdeviatie, geen adipositas, slecht bewegen bij flexie en deflexie, somatisch, psychosociaal, etc, etc. Uitleg is er vaak niet bij, want veel artsen/behandelaars lijken er geen baat bij te hebben rapporten te schrijven welke degene waar het over gaat het kan begrijpen. Het Dictee der Nederlandse Taal is makkelijker te lezen. Literatuur is er ook genoeg. Daarin kan de whiplashpatiënt ook verzuipen. Iemand met cognitieve klachten(geheugen- en concentratiestoornissen) is niet altijd in staat informatie tot zich te nemen via de weg van literatuur. Men kan zich zelf helpen door de tekst van boeken op dvd of cd te gaan beluisteren. Daarbij zou men overigens een keuze moeten maken in boeken met begrijpelijke taal. Een paar daarvan zijn Brein de Baas, Pijn de Baas, Whiplash Het Handboek en Omgaan met Whiplash. Van alle whiplashpatiënten die ik heb gesproken uiten velen hun onbegrip over veel verwijzing en receptuur zonder dat er structureel gekeken werd naar de belastbaarheid en verbetering op de lange termijn. Veel behandelaars houden de patiënten ook eenzijdig binnen hun eigen praktijk zonder dat er verbetering optreed. Dat is een trieste constatering. Valse hoop wekken en eigenlijk verslechtert de patiënt langzaam. Het is ook arrogant van behandelaars om te denken dat men iemand met een klachtenpatroon bestaande uit de vier genoemde groepen eenzijdig zou kunnen verbeteren, dan wel herstellen. De eilanden in de zorg zijn er talrijk. Veel behandelaars hebben kennis van één gebied en wagen zich vervolgens er aan om andere klachten in de slipstream te behandelen. Behandelaars hebben ook de neiging om hun kennisgebied niet te verbreden, maar de zelf opgedane kennis als de “enige waarheid” te beschouwen. Veel behandelaars hebben nog steeds de neiging om het posttraumatisch whiplash syndroom te beschouwen als een tussen de oren probleem. Daarbij de lichamelijke klachten volledig te negeren. Er zijn ook behandelaars die de klachten alleen maar willen medicaliseren. Daar komt dus de medicatie met al haar bijsluiters en bijwerkingen overheen voor de patiënt. Ibuprofen. Motilium, Oxazepam, Melatonine, Serotonine, Morfine, Trancopal, paracetamol, etc, etc. Ik durf de stelling aan:”wanneer whiplashpatiënten, waarbij na twee maanden nog behoorlijke klachten zijn te constateren en de neuroloog of radioloog niets heeft kunnen vinden, terecht komen in een multidisciplinair team, men veel eerder verbetert dan wel hersteld. Bovendien zal de groep welke chronische klachten ontwikkeld sterk verminderen. Daarbij zal begeleiding van de patiënten essentieel zijn. Bij een begeleidingsteam zou ervaringsdeskundigheid van mensen die hun weg naar verbetering of herstel gevonden hebben een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Ik heb dat in de praktijk gezien en er een bijdrage aan mogen leveren. Het werkt prima. Ervaringsdeskundigen kunnen een rol spelen in de vertaalslag tussen behandelaars en hun voorgenomen behandelingen/begeleiding. In het bewustwordingsproces tot anders denken om tot goed resultaat te komen kunnen zij een voorbeeldfunctie vormen. In een multidisciplinair team is het belangrijk dat de klachten goed in beeld worden gebracht. Voorlichting, onderzoek, begeleiding, zelfredzaamheid en behandeling vormen de pijlers voor een patiënt. Het klachtenpatroon benoemt en bekeken van de vier genoemde groepen. Belangrijk is een lichamelijk onderzoek en een neuro-psychologisch onderzoek. Kijk naar de belastbaarheid van de patiënt en start van daaruit de aanpak. Men mag best eens door grenzen om te kijken waar die liggen, maar niet te veel. Bouw op, via de weg van inspanning, rust, ontspanning, rust en daarbij te bedenken dat ontspanning geen rust is. Een neuro-psycholoog, counseling, zelfbewustwording, haptonomie, neuro feedback, fysiotherapie, bewegingstherapie, haptonomie, triggerpoints zijn voorbeelden, welke een patiënt heel ver op weg helpen en verbeteren of genezen. Belangrijkste graadmeter is dat een team de patiënt serieus neemt. Hem/haar niet laat zwemmen en duidelijk is in rapportage en bewoordingen. Communicatie met en tussen de disciplines met de patiënt is het belangrijkste onderdeel voor verbetering of herstel. Dat wordt echt teveel vergeten door de behandelaars. In die zin zijn ervaringsdeskundigen een meerwaarde bij de professionals. Wat betekent zo’n klachtenpatroon voor iemand? Hoe komt iemand tot herstel? Begrijpt hij/zij wat ik voorstel om tot verbetering te komen? Past het bij de praktijk van alle dag van de patiënt? Hoe krijgt iemand ontspanning in de behandeling? Wat is niet duidelijk en wat wel? Hoe toets ik dat het begrepen wordt? Wanneer is terugvalpreventie aan de orde? Ervaringsdeskundigen worden door verzekeringen en veel professionals gezien als pamperaars van patiënten, maar ze kunnen juist een meerwaarde zijn in de vertaling van en herstel naar. Om tot herstel te komen vergt voor de whiplashpatiënt heel veel wilskracht. Daarbij ondersteuning krijgen van mensen die echt weten waar het over gaat is niet verkeerd. Zowel wel van de herstelde groep als wel van de chronische groep whiplashpatiënten kunnen behandelaars en patiënten veel leren. Want er is leven na of met een whiplash. Naar aanleiding van een artikel over pijn bestrijding in de vorm van een column door de directeur van Unive schreef ik deze aan met verwijzing naar deze rubriek op mijn site. De reactie wil ik u niet onthouden Onze referentie | : | MZI 0318 CPK.B | Behandeld door | : | Mw. M. Groen | Telefoon | : | (072) 527 83 69 | E-mail | : | m.groen@unive.nl | | | | | | |
Geachte heer Sijm,
Hartelijk dank voor uw mail van 17 april 2007, waaruit een grote betrokkenheid en zorg blijkt over de pijnbestrijding. Juist de door u aangeraakte problematiek – waar en hoe vind ik de juiste hulp – is voor ons aanleiding geweest de ook ons inziens te versnipperde pijnzorg te bundelen en toegankelijk te maken voor alle patiënten in de regio.
Het project Regionale Pijnbestrijding heeft tot doel te komen tot een betere coördinatie, toegankelijkheid, bereikbaarheid en kwaliteit van de zorg. Wij beschouwen uw mail dan ook als een stimulans op de ingeslagen weg door te gaan. Wij hebben het door u geschreven artikel ‘Help de dokter verzuipt samen met de patiënt’ met belangstelling gelezen. Het zal u duidelijk zijn dat wij van mening zijn dat ‘verzuipen’ niet aan de orde is, sterker nog, wij streven met u en de patiëntenorganisaties naar een betere bereikbaarheid en toegankelijkheid van de zorg. Het project Regionale Pijnbestrijding is daar een voorbeeld van.
Te uwer informatie heb ik documentatie over het project bijgevoegd.
In het vertrouwen u hiermee van dienst te zijn, verblijf ik,
Met vriendelijke groet, dr C.P. Kaiser,
medisch adviseur
Bijlage: Persbericht “Gezamenlijke aanpak pijnbestrijding ziekenhuizen en Univé” Ik heb het volgde antwoord geschreven op 24 april en ben benieuwd naar de volgende reactie, als die komt. Hier is eerst mijn vervolg. Beste dr. C.P.Kaiser en Marja Groen, Bedankt voor uw antwoord. Een antwoord wat ik enigszins had verwacht, althans wat de strekking betreft. Iets waarvan je aangeeft dat er niet is, behoef je niet echt op in te gaan. Mijn artikel “Help de dokter verzuipt samen met de whiplashpatiënt” is echter nog steeds harde werkelijkheid en zeer actueel. Ik zou zeggen, surft u eens op internet en kijk eens op diverse particuliere sites, alleen al over het onderwerp whiplash. U zult schrikken van het “medisch shop gehalte” en hoeveel mensen aan het zwemmen zijn om niet te verdrinken.
Natuurlijk is het goed om krachten te bundelen in pijnbestrijding en alle het goede wat daaruit voort vloeit zijn de patiënten bij gebaat. Ik moet zeggen dat sinds mijn site de lucht in is(zo’n ruim 7 weken en ruim 1100 bezoekers al) en ik dagelijks reacties krijg van mensen die mij berichten over extra “pijn” door systeem en geen eigen keuzes, terwijl u daar ook mee schermt als zorgverzekeraar. Ik schrik daarvan. Unive is overigens één van de betere zorgverzekeraars.
U geeft aan in uw bijgevoegd persbericht dat u twee extra anesthesiologen gaat inzetten.Ik kan u namens veel mensen vertellen dat aanpak van pijnbestrijding in bestrijding van of omgang met vanuit veel invalshoeken bekeken kan worden. De samenstelling van de groep kent b.v. geen vertegenwoordiging vanuit patiëntenorganisatie.
Ik wens u veel succes. In de jaren dat ik als zorgbehoevende rond loop en veel lotgenoten heb gesproken weet ik dat het verzuipen nog aan zal houden, tot patiënt daadwerkelijk invloed krijgt op het systeem en in eigen keuze. Tot die tijd zal er veel over hen worden gepraat en te weinig met hen. Er is veel verbeterd en er zal nog veel nodig zijn. Ik blijf opmijn wijze en gesteund door vele reacties aan mijn adres aandacht vragen voor het fenomeen pijnbestrijding, speciaal in samenhang met het post traumatisch whiplash syndroom.
Ik wens u veel succes en bij behoefte aan inlichtingen mag u zich altijd tot mij wenden. Met groet Ton Sijm |